Vis
Kleine zilvervis
Argentina sphyraena
(GSA7) Golfe du Lion, (GSA8) Corsica
Visgebieden
Wilde
Oorsprong
13 cm
Minimale maat
Beschrijving
Het lichaam is langwerpig en spoelvormig, met een bijna cirkelvormige doorsnede. De kleur is zilverachtig met glanzende schitteringen, vaak gekenmerkt door een zeer duidelijke zilverkleurige zijstreep. De kop heeft grote ogen (typisch voor diepzeevissen) en een puntige snuit. De mond is klein. De vis heeft een kleine vetvin (kenmerkend voor de orde Argentiniformes). De rugvin bevindt zich ongeveer in het midden van het lichaam. De vis wordt doorgaans tussen de 15 en 20 cm lang, met een gemeld maximum van 27 cm. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit kleine benthische ongewervelden (schaaldieren, wormen), weekdieren en soms kleine vissen.
Habitat
Zeevis, benthopelagisch (leeft dicht bij de bodem, maar zwemt ook in het open water). Hij komt doorgaans voor op een diepte tussen 50 en 700 meter, maar is het meest talrijk op het continentaal plat tussen 100 en 200 meter. Hij geeft de voorkeur aan het koele water van de gematigde diepten. Hij leeft vaak in dichte scholen boven modderige of zandige bodems.
Verdeling
De soort komt voornamelijk voor in het noordoosten van de Atlantische Oceaan. Van het noorden van Noorwegen (en soms het zuiden van de Barentszzee) tot aan IJsland. In de Noordzee, het Kanaal en rondom de Britse eilanden. In de Golf van Biskaje, langs de Iberische kusten tot aan de Westelijke Sahara. De soort komt in bijna het hele Middellandse Zeegebied voor (behalve in de Zwarte Zee), hoewel ze daar soms minder algemeen is dan in de Atlantische Oceaan.