Vis
Steenbolk
Tripsoterus luscus
(IV) Noordzee, (VIId) Oostelijk Kanaa, (VIIe) Westelijk Kanaal, (VIIf) Kanaal van Bristol, (VIIg) Noordelijke Keltische Zee, (VIIh) Zuidelijke Keltische Zee, (VIII) Golf van Biskaje
Visgebieden
Wilde
Oorsprong
25 cm
Minimale maat
Beschrijving
Het lichaam is vrij gedrongen, hoog en zijdelings samengedrukt. Het heeft een lange, zeer kenmerkende kinbaard onder de onderkaak. Het heeft drie rugvinnen en twee anaalvinnen, die allemaal geen stekels hebben. De anaalvinnen zijn aan de basis met elkaar vergroeid. De rug is beige of koperbruin, de flanken zijn lichter (zilverachtig) met vaak 4 tot 5 donkere verticale strepen die na de dood vervagen. Een duidelijke zwarte vlek markeert de basis van de borstvinnen. De gebruikelijke lengte bedraagt 20 tot 30 cm, maar hij kan maximaal 45 tot 46 cm bereiken. Hij voedt zich voornamelijk met kleine kreeftachtigen (garnalen, krabben), weekdieren, polycheten en kleine benthische vissen.
Habitat
Een demersale (leeft dicht bij de bodem) en gregaire (leeft in scholen) zeesoort. Hij komt voornamelijk voor op een diepte tussen 30 en 100 meter, hoewel hij tot 300 meter diep kan afdalen. Hij houdt vooral van rotsachtige bodems, scheepswrakken en kunstmatige riffen, waar hij zich overdag in dichte scholen schuilhoudt. De jonge exemplaren bevinden zich dichter bij de kust, soms in estuaria en zandige gebieden. Hij geeft de voorkeur aan gematigde wateren (tussen 7 °C en 13 °C).
Verdeling
Het verspreidingsgebied strekt zich uit van Zuid-Noorwegen en de Britse eilanden tot voor de kust van Marokko. De soort komt zeer veel voor in het Kanaal, de Noordzee en de Golf van Biskaje. In de Middellandse Zee komt hij alleen voor in het westelijke deel (Alboranzee, Golf van Lion).