Vis
Schurftvis
Arnoglossus laterna
(VIIf) Kanaal van Bristol, (VIIg) Noordelijke Keltische Zee, (VIIh) Zuidelijke Keltische Zee, (VIII) Golf van Biskaje
Visgebieden
Wilde
Oorsprong
11 cm
Minimale maat
Beschrijving
Het is een linkszijdige platvis, wat betekent dat zijn beide ogen zich aan de linkerkant van zijn lichaam bevinden. Zijn lichaam is erg dun, bijna doorschijnend, vandaar de naam ‘lantaarnvis’. Een opvallend kenmerk is de kwetsbaarheid van zijn schubben. Ze laten bij het minste contact heel gemakkelijk los, waardoor de huid bloot komt te liggen (vandaar de Engelse naam ‘scaldfish’, wat doet denken aan een gekookte vis). De rugvin begint vóór het bovenste oog. De eerste stralen van de rugvin zijn niet bijzonder lang, in tegenstelling tot bij andere soorten van het geslacht Arnoglossus. De oogzijde is grijs-bruinachtig of roze, soms met kleine, vage donkere vlekjes. De blinde (onder)zijde is witachtig. Het is een kleine vis. De gemiddelde lengte bedraagt 12 cm, met een waargenomen maximum van 25 cm.
Habitat
Een benthische vis die op de bodem leeft of zich daar licht ingraaft. Hij geeft de voorkeur aan losse bodems, voornamelijk slib, slibachtig zand of fijn grind. Hij komt voor op het continentaal plat, meestal op een diepte tussen 10 en 100 meter, hoewel hij tot 200 meter diep kan afdalen. Hij voedt zich met kleine benthische ongewervelden (schaaldieren, wormen) en af en toe met kleine vissen.
Verdeling
Hij komt op grote schaal voor in de Oost-Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Hij komt voor vanaf het noorden van Noorwegen en de kusten van Schotland tot aan Angola in het zuiden. Hij komt zeer veel voor in de hele Middellandse Zee, de Noordzee, het Kanaal en de Golf van Biskaje. Hij komt ook voor in de Zwarte Zee.