Vis
Scharrentongr
Lepidorhombus whiffiagonis
(GSA7) Golfe du Lion, (GSA8) Corsica, (IVa) Noordzee (noordelijk deel), (IXa) Portugese wateren - Oost, (VI) Rockall en West-Schotland, (VIIIa) Golf van Biskaje - Noord, (VIIIb) Golf van Biskaje - Centraal, (VIIIc) Golf van Biskaje - Zuid, (VIIId) Golf van Biskaje - Open zee
Visgebieden
Wilde
Oorsprong
28 cm - 27 cm
Minimale maat
Beschrijving
28 cm in de noordoostelijke Atlantische Oceaan en 27 cm in de Middellandse Zee.
Het is een „linkshandige” platvis (de ogen zitten aan de linkerkant). Zijn lichaam is zeer langgerekt, ovaalvormig en uiterst dun, bij jonge exemplaren bijna doorschijnend. Zijn bek is zeer groot, schuin en heeft een uitstekende onderkaak. De ogen zijn groot en staan dicht bij elkaar, gescheiden door een smalle benige richel. De zichtbare (met vlekken bedekte) zijde is vrij egaal bruingele of zandgrijze kleur. In tegenstelling tot L. boscii heeft hij niet de vier duidelijke zwarte vlekken op de achterste vinnen, hoewel hij wel enkele diffuse vlekjes kan vertonen. De gewone kardinaalvis is groter dan de viervlek-kardinaalvis. De gebruikelijke lengte ligt tussen 25 en 40 cm, maar hij kan tot 60 cm lang worden.
Het is een „linkshandige” platvis (de ogen zitten aan de linkerkant). Zijn lichaam is zeer langgerekt, ovaalvormig en uiterst dun, bij jonge exemplaren bijna doorschijnend. Zijn bek is zeer groot, schuin en heeft een uitstekende onderkaak. De ogen zijn groot en staan dicht bij elkaar, gescheiden door een smalle benige richel. De zichtbare (met vlekken bedekte) zijde is vrij egaal bruingele of zandgrijze kleur. In tegenstelling tot L. boscii heeft hij niet de vier duidelijke zwarte vlekken op de achterste vinnen, hoewel hij wel enkele diffuse vlekjes kan vertonen. De gewone kardinaalvis is groter dan de viervlek-kardinaalvis. De gebruikelijke lengte ligt tussen 25 en 40 cm, maar hij kan tot 60 cm lang worden.
Habitat
Een bodemvis (demersale vis) die leeft op continentale plateaus en hellingen. Ze houdt vooral van modder- en fijne zandbodems. Hij komt doorgaans voor op een diepte van 100 tot 400 meter, maar kan afdalen tot 600-700 meter. Het is een actief roofdier dat zich voornamelijk voedt met kleine benthische vissen (zoals draakvisjes), garnalen en koppotigen.
Verdeling
Deze soort komt op grote schaal voor in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan. Ze is te vinden van het noorden van Noorwegen en IJsland tot aan Kaap Bojador (Westelijke Sahara). Ze komt veel voor in de Noordzee, rond de Britse eilanden en in de Golf van Biskaje. Ze komt ook voor in de Middellandse Zee (voornamelijk in het westelijke deel), maar is daar minder talrijk dan haar neefje met vier vlekken.